|
Aan
|
Alle verenigingen
|
|
Van
|
Henk Steeghs
|
|
Datum
|
21 november 2007
|
|
Onderwerp
|
Instructie scheidsrechters
|
|
Cc.
|
|
Beste allen,
Aangezien er in de praktijk nog veel vragen zijn m.b.t. het fluiten bij CMV wedstrijden ontvangen jullie hierbij de belangrijkste aandachtspunten per speelniveau.
Met vriendelijke groet,
Henk Steeghs
Hoofd regiokantoor
Instructie scheidsrechter
Niveau 1
q de eerste bal mag vanaf elke plaats in het veld over het net worden gegooid. De scheidsrechter hoeft hier geen fluitsignaal voor te geven.
q fluiten wanneer een team niet doordraait nadat de bal door een teamgenoot over het net is gegooid.
q fluiten wanneer een speler met de bal loopt (minimaal 2 passen)
q wanneer de afstand tot het net te groot is, mag de bal naar een teamgenoot overgegooid worden en daarna moet de bal over het net gegooid worden
q de bal mag het net raken
q erop letten of een speler het veld verlaat wanneer deze een fout heeft gemaakt of het dichtst bij de bal stond die door de tegenstander op de grond werd gegooid
q een speler mag in het veld terugkeren bij één vangbal van een teamgenoot
q lijn- en netfouten niet affluiten
q het spel wordt direct hervat met een worp door degene die op dat moment de bal heeft, ergens vanuit het veld
q wanneer het veld van de tegenstander leeg is, krijgt het winnende team een punt
Niveau 2
q de eerste bal wordt vanaf elke plaats in het veld met een onderhandse opslag over het net geslagen. De scheidsrechter hoeft hier geen fluitsignaal voor te geven.
q fluiten wanneer een team niet doordraait nadat de bal met een onderhandse opslag over het net wordt gespeeld of de bal in de rally over het net wordt gegooid.
q fluiten wanneer een speler met de bal loopt (minimaal 2 passen)
q de bal moet in 1 keer over het net gegooid worden, alleen wanneer de eerste bal via de onderarmse techniek omhoog wordt gespeeld en waarna de bal aan de eigen kant van het net door hemzelf of door een teamgenoot gevangen wordt en vervolgens voer het net wordt gegooid
q de bal mag het net raken
q erop letten of een speler het veld verlaat wanneer deze een fout heeft gemaakt of het dichtst bij de bal stond die door de tegenstander op de grond werd gegooid
q een speler mag in het veld terugkeren bij drie vangballen achter elkaar (hoeft niet in 1 rally) van zijn eigen team
q alle spelers mogen terugkeren in het veld wanneer een speler de bal met 2 armen via de onderarmse techniek omhoog speelt en waarna de bal aan de eigen kant van het net door hemzelf of door een teamgenoot gevangen wordt
q fluiten van onderarms opspelen wanneer er minder als een volleybaldikte tussen het hoogste punt van de bal en de armen van de speler zit
q fluiten wanneer een bal in sprong over het net naar beneden wordt gegooid (dunken)
q lijn- en netfouten niet affluiten
q het spel wordt direct hervat met een onderhandse opslag vanuit het veld, daar waar het spel eindigde
q wanneer het veld van de tegenstander leeg is, krijgt het winnende team een punt
Niveau 3
q de eerste bal wordt vanaf elke plaats in het veld met een onderhandse opslag over het net geslagen. De scheidsrechter hoeft hier geen fluitsignaal voor te geven.
q fluiten wanneer een team niet doordraait nadat de bal met een onderhandse opslag over het net wordt gespeeld of de bal in de rally over het net wordt gegooid.
q fluiten wanneer een speler met de bal loopt (minimaal 2 passen)
q de bal mag het net raken
q fluiten wanneer de bal die over het net gegooid wordt, niet met 2 armen via de onderarmse techniek aan de eigen kant omhoog gespeeld wordt.
q fluiten wanneer een speler zijn eigen onderarms gespeelde bal vangt (tenzij de speler alleen in het veld staat)
q fluiten wanneer de onderarms gespeelde bal in 1 keer over het net wordt gespeeld
q fluiten wanneer de onderarms gespeelde bal niet met 2 armen wordt gespeeld
q fluiten van onderarms opspelen wanneer er minder als een volleybaldikte tussen het hoogste punt van de bal en de armen van de speler zit
q fluiten wanneer een bal vanuit de nek wordt gegooid
q fluiten wanneer een bal van onder de kin wordt weg gestoten
q fluiten wanneer de slingerworp wordt toegepast
q erop letten of een speler het veld verlaat wanneer deze een fout heeft gemaakt of het dichtst bij de bal stond die door de tegenstander op de grond werd gegooid
q 1 speler mag terugkeren in het veld wanneer een speler de bal met 2 armen via de onderarmse techniek omhoog speelt en waarna de bal aan de eigen kant van het net door een teamgenoot gevangen wordt of wanneer de laatst overgebleven speler de bal voor zichzelf onderarms opspeelt en vangt.
q lijn- en netfouten niet affluiten
q het spel wordt direct hervat met een onderhandse opslag vanuit het veld, daar waar het spel eindigde
q wanneer het veld van de tegenstander leeg is, krijgt het winnende team een punt
Niveau 4
q na het fluitsignaal, dient de bal van achter de (gehele) achterlijn onderhands over het net geserveerd te worden.
q de bal mag het net raken
q fluiten wanneer een team niet 3 keer speelt
q fluiten wanneer het tweede balcontact geen ononderbroken vanggooi- of vang stoot beweging is.
o Met gestrekte armen onderarms vangen en voorwaarts gooien
o Met gestekte armen onderarms vangen en achterwaarts over het hoofd gooien
o Met gestrekte armen onderarms vangen en vanuit een hoek gooien
o Met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten
q fluiten wanneer een speler zich omdraait tijdens de vanggooi- of vang stoot beweging
q fluiten wanneer een speler loopt tijdens de vanggooi- of vang stoot beweging
q fluiten wanneer een speler de langer dan 2 seconden vasthoudt tijdens de vanggooi- of vang stoot beweging
q fluiten wanneer de 2e bal over het net wordt gegooid
q let erop dat er na 3 opslagbeurten door dezelfde speler het betreffende team dient door te draaien
q let erop dat wisselspelers verplicht indraaien op de opslagplaats
q fluiten wanneer er wordt gesmasht of gepusht (redding met 1 hand is wel toegestaan)
q lijn- en netfouten dienen afgefloten te worden
q fluiten wanneer er geblokkeerd wordt
q rallypunt: elke fout levert een punt op voor de tegenstander
Niveau 5
q na het fluitsignaal, dient de bal van achter de (gehele) achterlijn onderhands over het net geserveerd te worden.
q de bal mag het net raken
q het team dat de bal 3 keer weet over te spelen krijgt een bonuspunt (het bonuspunt telt alleen wanneer de derde bal over het net en in het veld van de tegenstander wordt gespeeld of wanneer de derde bal via de handen van de tegenstander wordt gescoord)
q let erop dat er na 3 opslagbeurten door dezelfde speler het betreffende team dient door te draaien
q let erop dat wisselspelers verplicht indraaien op de opslagplaats
q lijn- en netfouten dienen afgefloten te worden
q rallypunt: elke fout levert een punt op voor de tegenstander
Niveau 6
q na het fluitsignaal, dient de bal van achter de (gehele) achterlijn onderhands of bovenhands (sprong) over het net geserveerd te worden.
q de bal mag het net raken
q let erop dat er na 3 opslagbeurten door dezelfde speler het betreffende team dient door te draaien
q let erop dat wisselspelers verplicht indraaien op de opslagplaats
q lijn- en netfouten dienen afgefloten te worden
q rallypunt: elke fout levert een punt op voor de tegenstander
|